Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Rising Stars: Carlos Ferreira

Rising Stars: Carlos Ferreira

Kleine Zaal
09 april 2025
20.15 uur

Print dit programma

Carlos Ferreira klarinet
Pedro Emanuel Pereira piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Rising Stars. De musici zijn voorgedragen door Casa da Música Porto, Fundação Gulbenkian in Lissabon en The Glasshouse International Centre for Music in Gateshead.

Johannes Brahms (1833-1897)

Sonate in Es gr.t., op. 120 nr. 2 (1894)
voor klarinet of (alt)viool en piano
Allegro amabile
Allegro appassionato —
    Sostenuto
Andante con moto — Allegro —
    Più tranquillo

Francis Poulenc (1899-1963)

Sonate (1962)
voor klarinet en piano
Allegro tristamente
Romanza
Allegro con fuoco

pauze ± 20.55 uur

Claude Debussy (1862-1918)

Première rhapsodie (1909-10)
voor klarinet en piano

Lanqing Ding (1990)

La lune, l’ombre et moi (2024)
voor klarinet solo
Nederlandse première; in ­opdracht van Casa da Música Porto, Fundação Gulbenkian Lisbon, The Glasshouse Interna­tional Centre for Music en de European Concert Hall Organisation

Pedro Emanuel Pereira (1990)

Suite ‘Duas Igrejas’, op. 7 (2020)
voor klarinet en piano
Praeludium
Fado
Interludium
Postludium

einde ± 22.10 uur

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Kleine Zaal 09 april 2025 20.15 uur

Carlos Ferreira klarinet
Pedro Emanuel Pereira piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Rising Stars. De musici zijn voorgedragen door Casa da Música Porto, Fundação Gulbenkian in Lissabon en The Glasshouse International Centre for Music in Gateshead.

Johannes Brahms (1833-1897)

Sonate in Es gr.t., op. 120 nr. 2 (1894)
voor klarinet of (alt)viool en piano
Allegro amabile
Allegro appassionato —
    Sostenuto
Andante con moto — Allegro —
    Più tranquillo

Francis Poulenc (1899-1963)

Sonate (1962)
voor klarinet en piano
Allegro tristamente
Romanza
Allegro con fuoco

pauze ± 20.55 uur

Claude Debussy (1862-1918)

Première rhapsodie (1909-10)
voor klarinet en piano

Lanqing Ding (1990)

La lune, l’ombre et moi (2024)
voor klarinet solo
Nederlandse première; in ­opdracht van Casa da Música Porto, Fundação Gulbenkian Lisbon, The Glasshouse Interna­tional Centre for Music en de European Concert Hall Organisation

Pedro Emanuel Pereira (1990)

Suite ‘Duas Igrejas’, op. 7 (2020)
voor klarinet en piano
Praeludium
Fado
Interludium
Postludium

einde ± 22.10 uur

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Toelichting

Johannes Brahms (1833-1897)

Sonate in Es

door Hugo Bouma

Het lukt componisten zelden om effectief met pen­sioen te gaan. Johannes Brahms kwam in 1890 behoorlijk dichtbij, na een uitermate succesvolle carrière. Maar toen ontmoette hij Richard Mühlfeld, eerste klarinettist van het hoforkest van Meiningen, en kon hij het toch niet laten om in de daarop volgende jaren maar liefst vier hoekstenen aan het destijds nog prille klarinetrepertoire toe te voegen: een trio met cello en piano, een kwintet met strijkers en ten slotte twee sonates met piano, waarvan we hier de tweede horen.

Brahms schreef al deze stukken in zijn zomerverblijf in Bad Ischl – een plaats zo paradijselijk dat ook de Oostenrijkse keizer er vakantie hield – en de muziek is ook overkoepelend zomers en zorge­loos. Het eerste deel van de Tweede klarinet­sonate is melodieus zonder zich ergens in te spannen. Het wordt gevolgd door een lyrisch intermezzo met een streng klinkend middenstuk. De sonate besluit met een thema en gemoedelijke variaties, met vlak voor het slot een enkele stormachtige ­uitbarsting.

Het lukt componisten zelden om effectief met pen­sioen te gaan. Johannes Brahms kwam in 1890 behoorlijk dichtbij, na een uitermate succesvolle carrière. Maar toen ontmoette hij Richard Mühlfeld, eerste klarinettist van het hoforkest van Meiningen, en kon hij het toch niet laten om in de daarop volgende jaren maar liefst vier hoekstenen aan het destijds nog prille klarinetrepertoire toe te voegen: een trio met cello en piano, een kwintet met strijkers en ten slotte twee sonates met piano, waarvan we hier de tweede horen.

Brahms schreef al deze stukken in zijn zomerverblijf in Bad Ischl – een plaats zo paradijselijk dat ook de Oostenrijkse keizer er vakantie hield – en de muziek is ook overkoepelend zomers en zorge­loos. Het eerste deel van de Tweede klarinet­sonate is melodieus zonder zich ergens in te spannen. Het wordt gevolgd door een lyrisch intermezzo met een streng klinkend middenstuk. De sonate besluit met een thema en gemoedelijke variaties, met vlak voor het slot een enkele stormachtige ­uitbarsting.

door Hugo Bouma

Francis Poulenc (1899-1963)

Sonate

door Hugo Bouma

Met reeds een succesvolle carrière achter de rug zette Francis Poulenc zijn zinnen op het schrijven van een serie sonates voor blaasinstrumenten met pianobegeleiding. In het algemeen leende de contrastrijke ‘ligne claire’-stijl van Poulenc en zijn generatiegenoten (bekend geworden onder de naam Les Six) zich meer voor blazers dan voor strijkers. Het zou een verzameling van vier stukken moeten worden, elk voor een ander instrument: dwarsfluit, hobo, klarinet en ten slotte fagot. Het mocht niet zo zijn: op 64-jarige leeftijd bezweek de componist aan een plotselinge hartaanval, waardoor deze Sonate voor klarinet en piano (tot verdriet van alle fagottisten wereldwijd) uiteindelijk zijn laatste voltooide werk zou blijven.

Het stuk is onmiskenbaar Poulenc, moeiteloos schakelend tussen licht-­manische opgewektheid en half-­ironisch melodrama, met melodieën waarin de Parijse cabarets nooit ver weg zijn. Net als zijn andere sonates is de klarinetsonate gegoten in de wat lossere, driedelige ‘Franse’ vorm. De ondertitel van het openingsdeel (Allegro tristamente) lijkt zichzelf tegen te spreken; de muziek zit vol met abrupte contrasten tussen vrolijke en trieste ­sferen. Na een opvallend geconcentreerde, melancholieke Romanza sluit de sonate af met een hyperactief feestnummer.

Met reeds een succesvolle carrière achter de rug zette Francis Poulenc zijn zinnen op het schrijven van een serie sonates voor blaasinstrumenten met pianobegeleiding. In het algemeen leende de contrastrijke ‘ligne claire’-stijl van Poulenc en zijn generatiegenoten (bekend geworden onder de naam Les Six) zich meer voor blazers dan voor strijkers. Het zou een verzameling van vier stukken moeten worden, elk voor een ander instrument: dwarsfluit, hobo, klarinet en ten slotte fagot. Het mocht niet zo zijn: op 64-jarige leeftijd bezweek de componist aan een plotselinge hartaanval, waardoor deze Sonate voor klarinet en piano (tot verdriet van alle fagottisten wereldwijd) uiteindelijk zijn laatste voltooide werk zou blijven.

Het stuk is onmiskenbaar Poulenc, moeiteloos schakelend tussen licht-­manische opgewektheid en half-­ironisch melodrama, met melodieën waarin de Parijse cabarets nooit ver weg zijn. Net als zijn andere sonates is de klarinetsonate gegoten in de wat lossere, driedelige ‘Franse’ vorm. De ondertitel van het openingsdeel (Allegro tristamente) lijkt zichzelf tegen te spreken; de muziek zit vol met abrupte contrasten tussen vrolijke en trieste ­sferen. Na een opvallend geconcentreerde, melancholieke Romanza sluit de sonate af met een hyperactief feestnummer.

door Hugo Bouma

Claude Debussy (1862-1918)

Première rhapsodie

door Hugo Bouma

In 1909 accepteerde Claude Debussy, op uitnodiging van de toenmalige directeur Gabriel Fauré, een post in het bestuur van het Parijse conservatorium. Deze aanstelling was net als die van Fauré zelf onderdeel van een flinke moderniseringsronde in dit van oudsher notoir conservatieve instituut. Een van Debussy’s eerste verplichtingen was het componeren van de verplichte werken voor het aankomende klarinetconcours. Naast een kort stukje dat de kandidaten van blad moesten spelen (en dat later als Petite pièce is uitgegeven) kreeg iedereen deze Première rhapsodie in te studeren. (De titel doet vermoeden dat Debussy ook een Seconde rhapsodie van plan was, deze is echter nooit gecomponeerd.) In de loop der jaren werden er door talrijke componisten talrijke ‘pièces de concours’ geschreven, de meeste daarvan zijn – terecht – in de vergetelheid geraakt. Dit stuk echter staat nog altijd bij elke klarinettist op de lessenaar, en de componist was er zelf ook trots genoeg op om een jaar later nog een orkestversie te maken.

Zoals het een rapsodie betaamt, is het stuk een snelle aaneenschakeling van verschillende stemmingen, waardoor ook verschillende aspecten van het ­klarinetspel tot uiting kunnen ­komen. De muziek begint dromerig en meditatief, waarna er een lyrisch thema verschijnt dat later in verschillende gedaanten terugkeert. Al snel wordt de dialoog tussen klarinet en piano speelser en virtuozer, met een vreugdevolle uitroep tot besluit.

In 1909 accepteerde Claude Debussy, op uitnodiging van de toenmalige directeur Gabriel Fauré, een post in het bestuur van het Parijse conservatorium. Deze aanstelling was net als die van Fauré zelf onderdeel van een flinke moderniseringsronde in dit van oudsher notoir conservatieve instituut. Een van Debussy’s eerste verplichtingen was het componeren van de verplichte werken voor het aankomende klarinetconcours. Naast een kort stukje dat de kandidaten van blad moesten spelen (en dat later als Petite pièce is uitgegeven) kreeg iedereen deze Première rhapsodie in te studeren. (De titel doet vermoeden dat Debussy ook een Seconde rhapsodie van plan was, deze is echter nooit gecomponeerd.) In de loop der jaren werden er door talrijke componisten talrijke ‘pièces de concours’ geschreven, de meeste daarvan zijn – terecht – in de vergetelheid geraakt. Dit stuk echter staat nog altijd bij elke klarinettist op de lessenaar, en de componist was er zelf ook trots genoeg op om een jaar later nog een orkestversie te maken.

Zoals het een rapsodie betaamt, is het stuk een snelle aaneenschakeling van verschillende stemmingen, waardoor ook verschillende aspecten van het ­klarinetspel tot uiting kunnen ­komen. De muziek begint dromerig en meditatief, waarna er een lyrisch thema verschijnt dat later in verschillende gedaanten terugkeert. Al snel wordt de dialoog tussen klarinet en piano speelser en virtuozer, met een vreugdevolle uitroep tot besluit.

door Hugo Bouma

Lanqing Ding (1990)

La lune, l’ombre et moi

door Hugo Bouma

Als onderdeel van het Rising Stars-programma heeft concertzalengenootschap ECHO ook een serie compositieopdrachten uitgeschreven, waarmee de geselecteerde musici door heel Europa touren. Dit werk voor soloklarinet is geschreven door de in Shanghai geboren, in Parijs werkzame componiste Ding Lanqing en geïnspireerd op een gedicht van de klassieke Chinese dichter Li Bai, die leefde in de achtste eeuw van onze jaartelling. Hierin zit de ik-persoon ’s nachts in zijn eentje te drinken in een tuin. Toch is hij niet alleen: hij wordt vergezeld door de maan en door zijn eigen schaduw, ook al drinken die niet mee. Met veelvuldig gebruik van speciale technieken zoals microtonale trillers en zogeheten multiphonics (bepaalde grepen die meer dan één toon tegelijk voortbrengen) verbeeldt Ding achtereenvolgens de drie leden van het nachtelijke gezelschap.

Als onderdeel van het Rising Stars-programma heeft concertzalengenootschap ECHO ook een serie compositieopdrachten uitgeschreven, waarmee de geselecteerde musici door heel Europa touren. Dit werk voor soloklarinet is geschreven door de in Shanghai geboren, in Parijs werkzame componiste Ding Lanqing en geïnspireerd op een gedicht van de klassieke Chinese dichter Li Bai, die leefde in de achtste eeuw van onze jaartelling. Hierin zit de ik-persoon ’s nachts in zijn eentje te drinken in een tuin. Toch is hij niet alleen: hij wordt vergezeld door de maan en door zijn eigen schaduw, ook al drinken die niet mee. Met veelvuldig gebruik van speciale technieken zoals microtonale trillers en zogeheten multiphonics (bepaalde grepen die meer dan één toon tegelijk voortbrengen) verbeeldt Ding achtereenvolgens de drie leden van het nachtelijke gezelschap.

door Hugo Bouma

Pedro Emanuel Pereira (1990)

Duas Igrejas

door Hugo Bouma

De titel van deze suite, door zijn componerende pianist opgedragen aan klarinettist Carlos Ferreira, verwijst naar de plaats waar Ferreira is opgegroeid: het dorp Duas Igrejas (‘Twee Kerken’), een halfuur ten oosten van Porto. In het eerste deel horen we het klokgelui van beide kerken, waartussen de klarinet aldus Pedro Emanuel Pereira ‘de wind verbeeldt: datgene dat tijdloos is, niet fysiek maar metafysisch en onecht’. Hierna volgt een typisch Portugese, weemoedige fado. Het korte Interludium is een introspectieve terugblik op het eerste deel, waarna de suite besluit met een uitbundige dwarsdoorsnede door de Portugese volksmuziek.

De titel van deze suite, door zijn componerende pianist opgedragen aan klarinettist Carlos Ferreira, verwijst naar de plaats waar Ferreira is opgegroeid: het dorp Duas Igrejas (‘Twee Kerken’), een halfuur ten oosten van Porto. In het eerste deel horen we het klokgelui van beide kerken, waartussen de klarinet aldus Pedro Emanuel Pereira ‘de wind verbeeldt: datgene dat tijdloos is, niet fysiek maar metafysisch en onecht’. Hierna volgt een typisch Portugese, weemoedige fado. Het korte Interludium is een introspectieve terugblik op het eerste deel, waarna de suite besluit met een uitbundige dwarsdoorsnede door de Portugese volksmuziek.

door Hugo Bouma

Johannes Brahms (1833-1897)

Sonate in Es

door Hugo Bouma

Het lukt componisten zelden om effectief met pen­sioen te gaan. Johannes Brahms kwam in 1890 behoorlijk dichtbij, na een uitermate succesvolle carrière. Maar toen ontmoette hij Richard Mühlfeld, eerste klarinettist van het hoforkest van Meiningen, en kon hij het toch niet laten om in de daarop volgende jaren maar liefst vier hoekstenen aan het destijds nog prille klarinetrepertoire toe te voegen: een trio met cello en piano, een kwintet met strijkers en ten slotte twee sonates met piano, waarvan we hier de tweede horen.

Brahms schreef al deze stukken in zijn zomerverblijf in Bad Ischl – een plaats zo paradijselijk dat ook de Oostenrijkse keizer er vakantie hield – en de muziek is ook overkoepelend zomers en zorge­loos. Het eerste deel van de Tweede klarinet­sonate is melodieus zonder zich ergens in te spannen. Het wordt gevolgd door een lyrisch intermezzo met een streng klinkend middenstuk. De sonate besluit met een thema en gemoedelijke variaties, met vlak voor het slot een enkele stormachtige ­uitbarsting.

Het lukt componisten zelden om effectief met pen­sioen te gaan. Johannes Brahms kwam in 1890 behoorlijk dichtbij, na een uitermate succesvolle carrière. Maar toen ontmoette hij Richard Mühlfeld, eerste klarinettist van het hoforkest van Meiningen, en kon hij het toch niet laten om in de daarop volgende jaren maar liefst vier hoekstenen aan het destijds nog prille klarinetrepertoire toe te voegen: een trio met cello en piano, een kwintet met strijkers en ten slotte twee sonates met piano, waarvan we hier de tweede horen.

Brahms schreef al deze stukken in zijn zomerverblijf in Bad Ischl – een plaats zo paradijselijk dat ook de Oostenrijkse keizer er vakantie hield – en de muziek is ook overkoepelend zomers en zorge­loos. Het eerste deel van de Tweede klarinet­sonate is melodieus zonder zich ergens in te spannen. Het wordt gevolgd door een lyrisch intermezzo met een streng klinkend middenstuk. De sonate besluit met een thema en gemoedelijke variaties, met vlak voor het slot een enkele stormachtige ­uitbarsting.

door Hugo Bouma

Francis Poulenc (1899-1963)

Sonate

door Hugo Bouma

Met reeds een succesvolle carrière achter de rug zette Francis Poulenc zijn zinnen op het schrijven van een serie sonates voor blaasinstrumenten met pianobegeleiding. In het algemeen leende de contrastrijke ‘ligne claire’-stijl van Poulenc en zijn generatiegenoten (bekend geworden onder de naam Les Six) zich meer voor blazers dan voor strijkers. Het zou een verzameling van vier stukken moeten worden, elk voor een ander instrument: dwarsfluit, hobo, klarinet en ten slotte fagot. Het mocht niet zo zijn: op 64-jarige leeftijd bezweek de componist aan een plotselinge hartaanval, waardoor deze Sonate voor klarinet en piano (tot verdriet van alle fagottisten wereldwijd) uiteindelijk zijn laatste voltooide werk zou blijven.

Het stuk is onmiskenbaar Poulenc, moeiteloos schakelend tussen licht-­manische opgewektheid en half-­ironisch melodrama, met melodieën waarin de Parijse cabarets nooit ver weg zijn. Net als zijn andere sonates is de klarinetsonate gegoten in de wat lossere, driedelige ‘Franse’ vorm. De ondertitel van het openingsdeel (Allegro tristamente) lijkt zichzelf tegen te spreken; de muziek zit vol met abrupte contrasten tussen vrolijke en trieste ­sferen. Na een opvallend geconcentreerde, melancholieke Romanza sluit de sonate af met een hyperactief feestnummer.

Met reeds een succesvolle carrière achter de rug zette Francis Poulenc zijn zinnen op het schrijven van een serie sonates voor blaasinstrumenten met pianobegeleiding. In het algemeen leende de contrastrijke ‘ligne claire’-stijl van Poulenc en zijn generatiegenoten (bekend geworden onder de naam Les Six) zich meer voor blazers dan voor strijkers. Het zou een verzameling van vier stukken moeten worden, elk voor een ander instrument: dwarsfluit, hobo, klarinet en ten slotte fagot. Het mocht niet zo zijn: op 64-jarige leeftijd bezweek de componist aan een plotselinge hartaanval, waardoor deze Sonate voor klarinet en piano (tot verdriet van alle fagottisten wereldwijd) uiteindelijk zijn laatste voltooide werk zou blijven.

Het stuk is onmiskenbaar Poulenc, moeiteloos schakelend tussen licht-­manische opgewektheid en half-­ironisch melodrama, met melodieën waarin de Parijse cabarets nooit ver weg zijn. Net als zijn andere sonates is de klarinetsonate gegoten in de wat lossere, driedelige ‘Franse’ vorm. De ondertitel van het openingsdeel (Allegro tristamente) lijkt zichzelf tegen te spreken; de muziek zit vol met abrupte contrasten tussen vrolijke en trieste ­sferen. Na een opvallend geconcentreerde, melancholieke Romanza sluit de sonate af met een hyperactief feestnummer.

door Hugo Bouma

Claude Debussy (1862-1918)

Première rhapsodie

door Hugo Bouma

In 1909 accepteerde Claude Debussy, op uitnodiging van de toenmalige directeur Gabriel Fauré, een post in het bestuur van het Parijse conservatorium. Deze aanstelling was net als die van Fauré zelf onderdeel van een flinke moderniseringsronde in dit van oudsher notoir conservatieve instituut. Een van Debussy’s eerste verplichtingen was het componeren van de verplichte werken voor het aankomende klarinetconcours. Naast een kort stukje dat de kandidaten van blad moesten spelen (en dat later als Petite pièce is uitgegeven) kreeg iedereen deze Première rhapsodie in te studeren. (De titel doet vermoeden dat Debussy ook een Seconde rhapsodie van plan was, deze is echter nooit gecomponeerd.) In de loop der jaren werden er door talrijke componisten talrijke ‘pièces de concours’ geschreven, de meeste daarvan zijn – terecht – in de vergetelheid geraakt. Dit stuk echter staat nog altijd bij elke klarinettist op de lessenaar, en de componist was er zelf ook trots genoeg op om een jaar later nog een orkestversie te maken.

Zoals het een rapsodie betaamt, is het stuk een snelle aaneenschakeling van verschillende stemmingen, waardoor ook verschillende aspecten van het ­klarinetspel tot uiting kunnen ­komen. De muziek begint dromerig en meditatief, waarna er een lyrisch thema verschijnt dat later in verschillende gedaanten terugkeert. Al snel wordt de dialoog tussen klarinet en piano speelser en virtuozer, met een vreugdevolle uitroep tot besluit.

In 1909 accepteerde Claude Debussy, op uitnodiging van de toenmalige directeur Gabriel Fauré, een post in het bestuur van het Parijse conservatorium. Deze aanstelling was net als die van Fauré zelf onderdeel van een flinke moderniseringsronde in dit van oudsher notoir conservatieve instituut. Een van Debussy’s eerste verplichtingen was het componeren van de verplichte werken voor het aankomende klarinetconcours. Naast een kort stukje dat de kandidaten van blad moesten spelen (en dat later als Petite pièce is uitgegeven) kreeg iedereen deze Première rhapsodie in te studeren. (De titel doet vermoeden dat Debussy ook een Seconde rhapsodie van plan was, deze is echter nooit gecomponeerd.) In de loop der jaren werden er door talrijke componisten talrijke ‘pièces de concours’ geschreven, de meeste daarvan zijn – terecht – in de vergetelheid geraakt. Dit stuk echter staat nog altijd bij elke klarinettist op de lessenaar, en de componist was er zelf ook trots genoeg op om een jaar later nog een orkestversie te maken.

Zoals het een rapsodie betaamt, is het stuk een snelle aaneenschakeling van verschillende stemmingen, waardoor ook verschillende aspecten van het ­klarinetspel tot uiting kunnen ­komen. De muziek begint dromerig en meditatief, waarna er een lyrisch thema verschijnt dat later in verschillende gedaanten terugkeert. Al snel wordt de dialoog tussen klarinet en piano speelser en virtuozer, met een vreugdevolle uitroep tot besluit.

door Hugo Bouma

Lanqing Ding (1990)

La lune, l’ombre et moi

door Hugo Bouma

Als onderdeel van het Rising Stars-programma heeft concertzalengenootschap ECHO ook een serie compositieopdrachten uitgeschreven, waarmee de geselecteerde musici door heel Europa touren. Dit werk voor soloklarinet is geschreven door de in Shanghai geboren, in Parijs werkzame componiste Ding Lanqing en geïnspireerd op een gedicht van de klassieke Chinese dichter Li Bai, die leefde in de achtste eeuw van onze jaartelling. Hierin zit de ik-persoon ’s nachts in zijn eentje te drinken in een tuin. Toch is hij niet alleen: hij wordt vergezeld door de maan en door zijn eigen schaduw, ook al drinken die niet mee. Met veelvuldig gebruik van speciale technieken zoals microtonale trillers en zogeheten multiphonics (bepaalde grepen die meer dan één toon tegelijk voortbrengen) verbeeldt Ding achtereenvolgens de drie leden van het nachtelijke gezelschap.

Als onderdeel van het Rising Stars-programma heeft concertzalengenootschap ECHO ook een serie compositieopdrachten uitgeschreven, waarmee de geselecteerde musici door heel Europa touren. Dit werk voor soloklarinet is geschreven door de in Shanghai geboren, in Parijs werkzame componiste Ding Lanqing en geïnspireerd op een gedicht van de klassieke Chinese dichter Li Bai, die leefde in de achtste eeuw van onze jaartelling. Hierin zit de ik-persoon ’s nachts in zijn eentje te drinken in een tuin. Toch is hij niet alleen: hij wordt vergezeld door de maan en door zijn eigen schaduw, ook al drinken die niet mee. Met veelvuldig gebruik van speciale technieken zoals microtonale trillers en zogeheten multiphonics (bepaalde grepen die meer dan één toon tegelijk voortbrengen) verbeeldt Ding achtereenvolgens de drie leden van het nachtelijke gezelschap.

door Hugo Bouma

Pedro Emanuel Pereira (1990)

Duas Igrejas

door Hugo Bouma

De titel van deze suite, door zijn componerende pianist opgedragen aan klarinettist Carlos Ferreira, verwijst naar de plaats waar Ferreira is opgegroeid: het dorp Duas Igrejas (‘Twee Kerken’), een halfuur ten oosten van Porto. In het eerste deel horen we het klokgelui van beide kerken, waartussen de klarinet aldus Pedro Emanuel Pereira ‘de wind verbeeldt: datgene dat tijdloos is, niet fysiek maar metafysisch en onecht’. Hierna volgt een typisch Portugese, weemoedige fado. Het korte Interludium is een introspectieve terugblik op het eerste deel, waarna de suite besluit met een uitbundige dwarsdoorsnede door de Portugese volksmuziek.

De titel van deze suite, door zijn componerende pianist opgedragen aan klarinettist Carlos Ferreira, verwijst naar de plaats waar Ferreira is opgegroeid: het dorp Duas Igrejas (‘Twee Kerken’), een halfuur ten oosten van Porto. In het eerste deel horen we het klokgelui van beide kerken, waartussen de klarinet aldus Pedro Emanuel Pereira ‘de wind verbeeldt: datgene dat tijdloos is, niet fysiek maar metafysisch en onecht’. Hierna volgt een typisch Portugese, weemoedige fado. Het korte Interludium is een introspectieve terugblik op het eerste deel, waarna de suite besluit met een uitbundige dwarsdoorsnede door de Portugese volksmuziek.

door Hugo Bouma

Biografie

Carlos Ferreira, klarinet

Carlos Ferreira werd geboren in het Portugese Paredes en studeerde met een beurs van de Calouste Gulbenkian Foundation aan de Escuela Superior de Música Reina Sofía in Madrid bij Michel Arrignon en Enrique Pérez Piquer. Hij vervolgde zijn opleiding in Amsterdam bij Arno Piters en in Lausanne bij Florent Héau.

In zijn geboorteland was hij eerder student geweest van José ­Ricardo Freitas en Nuno Pinto.

Prijzen won hij op het ARD Concours in München, de Geneva International Competition en de Festspiele Mecklenburg-Vorpommern. In 2016 maakte hij deel uit van de Academie van het Concertgebouworkest, en per augustus wordt hij bij dat orkest solo­klarinettist.

Momenteel is Carlos Ferreira eerste klarinettist van het Orchestre National de France, en eerder speelde hij in het Philharmonia Orchestra in Londen, het Orchestre National de Lille en – als es-klarinettist – het Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo. Solo speelde hij niet alleen bij ‘zijn’ Orchestre National de France, maar ook bij het ­Münchener Rundfunkorchester, het Münchener ­Kammerorchester, het Philharmonisch Orkest van Praag, het Orchestre de Chambre de Genève, het Collegium Musicum Basel en verschillende Portugese orkesten. Kamermuziek speelde de klarinettist met Hilary Hahn, Alice Sara Ott, Emmanuel Pahud, Eric le Sage, Paul Meyer, Lise Berthaud, Timothy Ridout, Julia Hagen en het Quatuor Hermès.

Carlos Ferreira maakt zijn debuut in de Kleine Zaal.

Pedro Emanuel Pereira, piano

Pedro Emanuel Pereira, afkomstig uit Guimarães, is pianist en componist. Zo schreef hij voor Carlos Ferreira een klarinetconcert dat onder leiding van Cristian Măcelaru in première gaat op het Cabrillo Festival of Contemporary Music. Pianorecitals gaf hij in Barcelona en New York, en als solist werd hij uitgenodigd door het Yerevan Opera Orchestra, het orkest van het Casa da Música in Porto en het Moskou Philharmonisch Orkest.

Pedro Emanuel Pereira heeft tot nog toe vier albums opgenomen: Russian Journey (Prokofjev en Rachmaninoff), Sounds of my Homeland (eigen werk), XX-XXI met Carlos Ferreira en een solo-album met eigen composities en muziek van Bach, Hindemith en Almeida. In het lopende seizoen tourt hij langs tien gevangenissen in Portugal, met een speciaal project ter ­herdenking van de vijftigste verjaardag van de Portugese revolutie van 25 april 1974; in iedere gevangenis creëert hij nieuwe muziek op teksten van gedetineerden.

Als pianist studeerde Pedro Emanuel ­Pereira aan het Tsjaikovski Conservatorium in Moskou bij Vera Gornostaeva en aan het Conservatorium van Amsterdam bij Naum Grubert, en eerder in Portugal had hij pianoles van Marian Pivka. Orkestratie en instrumentatie studeerde hij bij Mikhail Bogdanov en Artun Hoinic. Aan de Universiteit van Aveiro volgt hij bovendien het doctoraalprogramma Artistic Creation.

In Het Concertgebouw maakt Pedro Emanuel Pereira zijn debuut.