Dirigent Raphaël Pichon: ‘Bach heeft mijn leven veranderd’
door Catherine Nieuwesteeg 26 mrt. 2025 26 maart 2025
‘Alles is essentieel in de Johannes-Passion’, aldus de Franse dirigent Raphaël Pichon. Met zijn gezelschap Pygmalion voert hij een uniek passieprogramma uit: hij omlijst de Johannes met drie andere werken. Welk idee zit daarachter?
Raphaël Pichon komt niet uit een muzikaal of artistiek gezin, maar begonnen op viool wordt hij op zijn negende gevraagd te zingen in een jongenskoor. Daar valt hij midden in een repetitie van Bachs Johannes-Passion. Het is zijn eerste contact met polyfone muziek en meteen een schok. Sindsdien heeft hij een onstilbare honger naar deze muziek en een onstuitbare drang om haar uit te voeren. ‘Wat me het meest fascineerde was de samenzang en het feit dat ik een klein elementje was in die polyfonie, en het zingen in een grote akoestische ruimte als een kerk. Deze fascinatie vormt het fundament van mijn muzikale leven.
Bij dat koor ben ik ook begonnen met pianospelen en het begeleiden van kerkdiensten op het orgel. Ik wilde mijn toekomst in deze muziek zeker stellen zodat ik, eenmaal te oud om in het jongenskoor te zingen, met eigen projecten zou kunnen doorgaan. Ik zag mezelf niet per se als dirigent, maar meer als initiator van een gezelschap dat het repertoire verder zou kunnen ontginnen. Het moest een ensemble worden waarin instrumentalisten en zangers op hetzelfde niveau staan. Vanuit mijn verleden als violist, en met tien jaar ervaring als professioneel zanger, beschouw ik de stem als een instrument en het instrument als een stem.’
Nieuwe filosofie
Bach is de centrale figuur in het repertoire van Pichons gezelschap Pygmalion. ‘Hij heeft mijn leven veranderd. Bach vraagt veel, we weten hoe moeilijk Bachs muziek is. Maar door je eerst bezig te houden met zijn minder bekende cantates en motetten durf je uiteindelijk ook het ijzeren repertoire aan. Vervolgens hebben we met het koor ook al gauw negentiende en twintigste-eeuws repertoire uitgevoerd. We hadden een chronologische benadering. Als je bij Bach begint, leer je het Duitstalige repertoire van dichtbij kennen waardoor je Mozart, Mendelssohn, Brahms, Schumann en Berg ook beter begrijpt.’
‘Als je bij Bach begint, begrijp je Mozart, Mendelssohn, Brahms en Schumann ook beter’
Pichon heeft veel bewondering en respect voor zijn voorgangers, de barokpioniers. ‘Ik begon met Pygmalion als kind van de derde of vierde generatie musici die weer op oude instrumenten zijn gaan spelen. Ik ben daar dus mee opgegroeid en weet niet beter. Mijn generatie heeft enorm veel geluk. Mijn voorgangers in de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk hebben offers gebracht, zij hebben geaccepteerd dat ze zich in de marge van de muziekwereld moeten bewegen. Zij hebben destijds een geheel vernieuwde filosofie ten aanzien van het spelen en zingen van het oude repertoire ontwikkeld.’
Schokgolf
Pichon roemt de oprechtheid en het engagement van Nikolaus Harnoncourt, het gevoel voor drama en theatraliteit van John Eliot Gardiner, de plastische klankschoonheid bij Philippe Herreweghe en de wetenschappelijke, bijna mathematische benadering van René Jacobs. ‘Zij hebben ieder op hun manier mijn leven veranderd. Door naar hen te luisteren heb ik mijzelf gedefinieerd.’
Raphaël Pichon komt niet uit een muzikaal of artistiek gezin, maar begonnen op viool wordt hij op zijn negende gevraagd te zingen in een jongenskoor. Daar valt hij midden in een repetitie van Bachs Johannes-Passion. Het is zijn eerste contact met polyfone muziek en meteen een schok. Sindsdien heeft hij een onstilbare honger naar deze muziek en een onstuitbare drang om haar uit te voeren. ‘Wat me het meest fascineerde was de samenzang en het feit dat ik een klein elementje was in die polyfonie, en het zingen in een grote akoestische ruimte als een kerk. Deze fascinatie vormt het fundament van mijn muzikale leven.
Bij dat koor ben ik ook begonnen met pianospelen en het begeleiden van kerkdiensten op het orgel. Ik wilde mijn toekomst in deze muziek zeker stellen zodat ik, eenmaal te oud om in het jongenskoor te zingen, met eigen projecten zou kunnen doorgaan. Ik zag mezelf niet per se als dirigent, maar meer als initiator van een gezelschap dat het repertoire verder zou kunnen ontginnen. Het moest een ensemble worden waarin instrumentalisten en zangers op hetzelfde niveau staan. Vanuit mijn verleden als violist, en met tien jaar ervaring als professioneel zanger, beschouw ik de stem als een instrument en het instrument als een stem.’
Nieuwe filosofie
Bach is de centrale figuur in het repertoire van Pichons gezelschap Pygmalion. ‘Hij heeft mijn leven veranderd. Bach vraagt veel, we weten hoe moeilijk Bachs muziek is. Maar door je eerst bezig te houden met zijn minder bekende cantates en motetten durf je uiteindelijk ook het ijzeren repertoire aan. Vervolgens hebben we met het koor ook al gauw negentiende en twintigste-eeuws repertoire uitgevoerd. We hadden een chronologische benadering. Als je bij Bach begint, leer je het Duitstalige repertoire van dichtbij kennen waardoor je Mozart, Mendelssohn, Brahms, Schumann en Berg ook beter begrijpt.’
‘Als je bij Bach begint, begrijp je Mozart, Mendelssohn, Brahms en Schumann ook beter’
Pichon heeft veel bewondering en respect voor zijn voorgangers, de barokpioniers. ‘Ik begon met Pygmalion als kind van de derde of vierde generatie musici die weer op oude instrumenten zijn gaan spelen. Ik ben daar dus mee opgegroeid en weet niet beter. Mijn generatie heeft enorm veel geluk. Mijn voorgangers in de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk hebben offers gebracht, zij hebben geaccepteerd dat ze zich in de marge van de muziekwereld moeten bewegen. Zij hebben destijds een geheel vernieuwde filosofie ten aanzien van het spelen en zingen van het oude repertoire ontwikkeld.’
Schokgolf
Pichon roemt de oprechtheid en het engagement van Nikolaus Harnoncourt, het gevoel voor drama en theatraliteit van John Eliot Gardiner, de plastische klankschoonheid bij Philippe Herreweghe en de wetenschappelijke, bijna mathematische benadering van René Jacobs. ‘Zij hebben ieder op hun manier mijn leven veranderd. Door naar hen te luisteren heb ik mijzelf gedefinieerd.’
De geschiedenis en ontwikkeling van de uitvoeringspraktijk zijn bijzonder rijk en interessant, vindt Pichon. ‘De barokrevolutie is een grote schokgolf geweest, die je zou kunnen zien als een soort schilderijrestauratie. In de oorspronkelijke kleuren die daarbij naar boven komen gaat zoveel glans, kracht, urgentie schuil; dáár ligt de essentie van wat deze oude werken ons vandaag nog kunnen vertellen. Toch hebben de verschillende zienswijzen ook hun legitimiteit. Ik ben niet dogmatisch. Een goede symfonische uitvoering is altijd beter dan een minder geslaagde uitvoering op historische instrumenten. Grootse muziek heeft oneindig veel interpretatiemogelijkheden.’
‘Iedereen vindt in Bachs passies iets wat resoneert met actuele menselijke vraagstukken’
In april neemt Pichon zijn eerste liefde, de Johannes-Passion van Bach, mee naar Het Concertgebouw, maar met het programma is iets speciaals aan de hand: hij heeft de passiemuziek omlijst met andere, korte werken. ‘Laten we de bestaansreden van Bachs Passionen niet vergeten. Hij wilde er de juiste spirituele omstandigheden mee creëren om in een kerkdienst de preek volledig tot zijn recht te laten komen. Passiemuziek bestond altijd uit twee delen: een deel vóór en een deel ná de preek. De ambitie van Johann Sebastian Bach en zijn tijdgenoten was om een voedingsbodem voor bezinning te bieden en de toehoorders ontvankelijk te maken voor de preek. De kerkgangers moesten zich kunnen identificeren met het verhaal. Omdat de preek dus het centrum vormt van een passie, wilde ik deze niet weglaten, zelfs al bevinden we ons niet meer in een sacrale context. Door het genie van Bach horen we zijn Passionen tegenwoordig als muziek die het religieuze kader ontstijgt. Ze vertellen een universeel verhaal, ze gaan over het menselijke. Dat is waarom Bachs passiemuziek vandaag de dag binnen zoveel culturen succes heeft. In Nederland worden de Passionen door amateurkoren uitgevoerd tot in de kleinste stadjes, maar ook in Duitsland, België en steeds meer in Frankrijk. Iedereen vindt in dit verhaal iets wat resoneert met immer actuele menselijke vraagstukken.’
Verrijking
Terug naar de muziek waarmee Pichon en Pygmalion Bachs Johannes-Passion in de Grote Zaal zullen omlijsten: ‘Ik wilde het gegeven dat de twee delen een centrale boodschap omarmen in ere herstellen. Om dat te bereiken heb ik een bijzondere cantate uitgekozen: Sehet, wir gehn hinauf gen Jerusalem, BWV 159. Dit is de laatste cantate die Bach schreef vlak voor hij zijn Johannes-Passion in 1729 voor het eerst zou uitvoeren. Deze cantate was bedoeld voor de zondag ervoor en loopt vooruit op de essentie van de lijdenstijd.
‘Een werk zo dramatisch als de Johannes kan wel een moment van rust gebruiken’
Onze toevoegingen aan de Johannes-Passion vormen een soort spanningsboog: na het eerste passiedeel volgen delen uit cantate 159 – met een fantastische aria voor bas, orkest en hobo solo, Es ist volbracht, die herinnert aan de tekst van de alt op het moment van het overlijden van Christus in het tweede deel van de Johannes-Passion. Zo staan de drie delen met elkaar in verband en verrijken ze de muzikale en spirituele ervaring. De anonieme hymne O Traurigkeit, O Herzeleid brengen we als openingswerk, en ter afsluiting doen we nog een klein motet van Jacob Handl [1550-1591, red.], Ecce quomodo moritur justus, (‘Ziet hoe de rechtvaardige sterft’).’
Muzikale ontmoetingen
Pichon heeft zich verdiept in de kerkdienst zoals die zal hebben plaatsgevonden op Goede Vrijdag in Leipzig in de tijd van Bach: ‘Hij voegde ook oudere muziek toe. Ik hou erg van dergelijke ontmoetingen tussen contrasterende muzikale talen. Als muziek die zo geconstrueerd, rijk en van een hoge dichtheid is als die van Bach in dialoog staat met meer archaïsche, sobere of simpelere muziek krijg je een interessante chemische reactie. Die simpele hymne O Traurigkeit bereidt als het ware het gehoor voor op de complexiteit van het werk van Bach. Zo gaat de luisteraar met volle aandacht het openingskoor van de Johannes-Passion in.
De zijstap naar het motet Ecce quomodo moritur justus maken we omdat men denkt dat Bach dat zelf ook ten gehore bracht. Het vormt een moment van meditatie en introspectie. In een werk dat zo dramatisch is als de Johannes, die veel korter en geconcentreerder en daarmee directer en theatraler dan de Matthäus, zit zo veel urgentie dat het wel een moment van rust kan gebruiken.’
De geschiedenis en ontwikkeling van de uitvoeringspraktijk zijn bijzonder rijk en interessant, vindt Pichon. ‘De barokrevolutie is een grote schokgolf geweest, die je zou kunnen zien als een soort schilderijrestauratie. In de oorspronkelijke kleuren die daarbij naar boven komen gaat zoveel glans, kracht, urgentie schuil; dáár ligt de essentie van wat deze oude werken ons vandaag nog kunnen vertellen. Toch hebben de verschillende zienswijzen ook hun legitimiteit. Ik ben niet dogmatisch. Een goede symfonische uitvoering is altijd beter dan een minder geslaagde uitvoering op historische instrumenten. Grootse muziek heeft oneindig veel interpretatiemogelijkheden.’
‘Iedereen vindt in Bachs passies iets wat resoneert met actuele menselijke vraagstukken’
In april neemt Pichon zijn eerste liefde, de Johannes-Passion van Bach, mee naar Het Concertgebouw, maar met het programma is iets speciaals aan de hand: hij heeft de passiemuziek omlijst met andere, korte werken. ‘Laten we de bestaansreden van Bachs Passionen niet vergeten. Hij wilde er de juiste spirituele omstandigheden mee creëren om in een kerkdienst de preek volledig tot zijn recht te laten komen. Passiemuziek bestond altijd uit twee delen: een deel vóór en een deel ná de preek. De ambitie van Johann Sebastian Bach en zijn tijdgenoten was om een voedingsbodem voor bezinning te bieden en de toehoorders ontvankelijk te maken voor de preek. De kerkgangers moesten zich kunnen identificeren met het verhaal. Omdat de preek dus het centrum vormt van een passie, wilde ik deze niet weglaten, zelfs al bevinden we ons niet meer in een sacrale context. Door het genie van Bach horen we zijn Passionen tegenwoordig als muziek die het religieuze kader ontstijgt. Ze vertellen een universeel verhaal, ze gaan over het menselijke. Dat is waarom Bachs passiemuziek vandaag de dag binnen zoveel culturen succes heeft. In Nederland worden de Passionen door amateurkoren uitgevoerd tot in de kleinste stadjes, maar ook in Duitsland, België en steeds meer in Frankrijk. Iedereen vindt in dit verhaal iets wat resoneert met immer actuele menselijke vraagstukken.’
Verrijking
Terug naar de muziek waarmee Pichon en Pygmalion Bachs Johannes-Passion in de Grote Zaal zullen omlijsten: ‘Ik wilde het gegeven dat de twee delen een centrale boodschap omarmen in ere herstellen. Om dat te bereiken heb ik een bijzondere cantate uitgekozen: Sehet, wir gehn hinauf gen Jerusalem, BWV 159. Dit is de laatste cantate die Bach schreef vlak voor hij zijn Johannes-Passion in 1729 voor het eerst zou uitvoeren. Deze cantate was bedoeld voor de zondag ervoor en loopt vooruit op de essentie van de lijdenstijd.
‘Een werk zo dramatisch als de Johannes kan wel een moment van rust gebruiken’
Onze toevoegingen aan de Johannes-Passion vormen een soort spanningsboog: na het eerste passiedeel volgen delen uit cantate 159 – met een fantastische aria voor bas, orkest en hobo solo, Es ist volbracht, die herinnert aan de tekst van de alt op het moment van het overlijden van Christus in het tweede deel van de Johannes-Passion. Zo staan de drie delen met elkaar in verband en verrijken ze de muzikale en spirituele ervaring. De anonieme hymne O Traurigkeit, O Herzeleid brengen we als openingswerk, en ter afsluiting doen we nog een klein motet van Jacob Handl [1550-1591, red.], Ecce quomodo moritur justus, (‘Ziet hoe de rechtvaardige sterft’).’
Muzikale ontmoetingen
Pichon heeft zich verdiept in de kerkdienst zoals die zal hebben plaatsgevonden op Goede Vrijdag in Leipzig in de tijd van Bach: ‘Hij voegde ook oudere muziek toe. Ik hou erg van dergelijke ontmoetingen tussen contrasterende muzikale talen. Als muziek die zo geconstrueerd, rijk en van een hoge dichtheid is als die van Bach in dialoog staat met meer archaïsche, sobere of simpelere muziek krijg je een interessante chemische reactie. Die simpele hymne O Traurigkeit bereidt als het ware het gehoor voor op de complexiteit van het werk van Bach. Zo gaat de luisteraar met volle aandacht het openingskoor van de Johannes-Passion in.
De zijstap naar het motet Ecce quomodo moritur justus maken we omdat men denkt dat Bach dat zelf ook ten gehore bracht. Het vormt een moment van meditatie en introspectie. In een werk dat zo dramatisch is als de Johannes, die veel korter en geconcentreerder en daarmee directer en theatraler dan de Matthäus, zit zo veel urgentie dat het wel een moment van rust kan gebruiken.’