Die lange trap
door Anna de Vey Mestdagh 15 mrt. 2025 15 maart 2025
Tweede violiste in het Concertgebouworkest Anna de Vey Mestdagh laat in haar maandelijkse column weten wat haar zoal bezighoudt. Deze maand: afdalen naar het podium van de Grote Zaal is geen sinecure. En het gaat ook wel eens mis...
In de meeste concertzalen komen dirigent en solist op via de zijkant van het podium en worden ze door het publiek pas opgemerkt als ze hun plaats op of naast de bok bereikt hebben. Zo niet in Het Concertgebouw. Daar zwaaien, boven aan die roodgeloperde trap die langs het orgel naar het podium leidt, de deuren open en dan begint voor het oog van iedereen de lange en uitdagende weg naar beneden. Niet te snel en niet te langzaam, niet uitglijden over de vele smalle treden, niet struikelen over de zoom van je jurk en ondertussen het publiek vol vertrouwen blijven toeknikken.
Geen sinecure, en het is ook wel eens misgegaan. Zo speelden we eens met een zangeres die precies daar waar de trap en het podium in elkaar overgaan, bij dat vermaledijde losse afstapje, zich verstapte en onder een luide kreet van het publiek op haar neus viel. Ze loste het uiterst elegant op door in één vloeiende beweging weer op te staan, een pirouette te draaien en een diepe buiging te maken. Je bent een podiumpersoonlijkheid of je bent het niet…
Maar goed, eenmaal veilig beneden aangekomen begint de weg naar de voorste rand van het podium, meestal dwars door een haag van altviolisten. Moeiteloos splijt de menigte dan in twee, net als ooit de bijbelse Rode Zee. Martina Forni, een van mijn collega’s op altviool, vertelde me laatst hoe bijzonder het is om de uitstraling van een dirigent of solist mee te krijgen als ze zo rakelings langs je heen lopen. Voor het optreden meestal met veel focus en gerede nervositeit, na het optreden euforisch en ontspannen. Je kunt het bijna ruiken… Interessant om daar eens op te letten wanneer je als toehoorder een stoel bemachtigd hebt vlak naast die lange, lange trap.
In de meeste concertzalen komen dirigent en solist op via de zijkant van het podium en worden ze door het publiek pas opgemerkt als ze hun plaats op of naast de bok bereikt hebben. Zo niet in Het Concertgebouw. Daar zwaaien, boven aan die roodgeloperde trap die langs het orgel naar het podium leidt, de deuren open en dan begint voor het oog van iedereen de lange en uitdagende weg naar beneden. Niet te snel en niet te langzaam, niet uitglijden over de vele smalle treden, niet struikelen over de zoom van je jurk en ondertussen het publiek vol vertrouwen blijven toeknikken.
Geen sinecure, en het is ook wel eens misgegaan. Zo speelden we eens met een zangeres die precies daar waar de trap en het podium in elkaar overgaan, bij dat vermaledijde losse afstapje, zich verstapte en onder een luide kreet van het publiek op haar neus viel. Ze loste het uiterst elegant op door in één vloeiende beweging weer op te staan, een pirouette te draaien en een diepe buiging te maken. Je bent een podiumpersoonlijkheid of je bent het niet…
Maar goed, eenmaal veilig beneden aangekomen begint de weg naar de voorste rand van het podium, meestal dwars door een haag van altviolisten. Moeiteloos splijt de menigte dan in twee, net als ooit de bijbelse Rode Zee. Martina Forni, een van mijn collega’s op altviool, vertelde me laatst hoe bijzonder het is om de uitstraling van een dirigent of solist mee te krijgen als ze zo rakelings langs je heen lopen. Voor het optreden meestal met veel focus en gerede nervositeit, na het optreden euforisch en ontspannen. Je kunt het bijna ruiken… Interessant om daar eens op te letten wanneer je als toehoorder een stoel bemachtigd hebt vlak naast die lange, lange trap.