Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Benjamin Appl en James Baillieu: Forbidden Fruit

Benjamin Appl en James Baillieu: Forbidden Fruit

Kleine Zaal
01 april 2025
20.15 uur

Print dit programma

Benjamin Appl bariton
James Baillieu piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 2.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Ook interessant:
- 7 grappen in de klassieke muziek
- Boekentip: het leven van Robert Schumann

FORBIDDEN FRUIT

Genesis

Anoniem

I Will Give my Love an Apple

Prologue

Gabriel Fauré (1845-1924)

In paradisum
uit ‘Requiem’, op. 48 (1887-90)

The Lord God Took the Man and Put Him in the Garden of Eden

Hugo Wolf (1860-1903)

Ganymed
uit ‘Goethe-Lieder’ (1888)

Kurt Weill (1900-1950)

Youkali (1935)

It Is Not Good for the Man to Be Alone

Francis Poulenc (1899-1963)

L’offrande
uit ‘Chansons gaillardes’ (1925-26)

Gardens of Pleasure

Reynaldo Hahn (1875-1947)

À Chloris

Richard Strauss (1864-1949)

Das Rosenband
uit ‘Vier Lieder’, op. 36 (1897)

Hugo Wolf

An die Geliebte
uit ‘Lieder nach Gedichte von Eduard Mörike’ (1888)

Adam and His Wife Were Both Naked, and They Felt No Shame

Roger Quilter (1877-1953)

Now Sleeps the Crimson Petal
uit ‘Three Songs’, op. 3 (1905)

And They Became One Flesh

Hugo Wolf

Und willst du deinen Liebsten sterben sehen
uit ‘Italienisches Liederbuch’ (1891-96)

Claude Debussy (1862-1918)

La chevelure
uit ‘Chansons de Bilitis’ (1897-98)

You’re Free to Eat from Any Tree in the Garden

Francis Poulenc

Couplets bachiques
uit ‘Chansons gaillardes’ (1925-26)

Arnold Schönberg (1874-1951)

Seit ich so viele Weiber sah
uit ‘Brettl-Lieder’ (1901)

pauze ± 21.00 uur

The Fruit of the Tree Was Pleasing to the Eye

Edvard Grieg (1843-1907)

To a Devil (1900)

Leonello Casucci (1885-1975)

Just a Gigolo (1928-29)

Now the Serpent Was More Crafty Than Any of the Wild Animals

Francis Poulenc

Le serpent
uit ‘Deux mélodies inédites du ­bestiaire’ (1918)

But of the Tree of the Knowledge of Good and Evil You Shall Not Eat

Robert Schumann (1810-1856)

Loreley
uit ‘Romanzen und Balladen III’, op. 53 (1840)

Frühlingsfahrt
uit ‘Romanzen und Balladen I’, op. 45 (1840)

You Will Be Like God, Knowing Good and Evil

Fanny Mendelssohn (1805-1847)

Die Nonne
uit ‘Zwölf Lieder’, op. 9 (1829-30)

She Took of Its Fruit and Ate

Lothar Brühne (1900-1958)

Kann denn Liebe Sünde sein (1938)

Jake Heggie (1961)

Snake
uit ‘Eve-Song’ (1996)

The Eyes of Both of Them Were Opened

Franz Schubert (1797-1828)

Heidenröslein, D 257 (1815)

Gretchen am Spinnrade, D 118 (1814)

Hanns Eisler (1898-1962)

Abortion is illegal (Ballade zum Paragraph 218)
uit ‘Balladenbuch’, op. 18 (1920)

The Serpent Tricked Me, and I Ate

Robert Schumann

Wer nie sein Brot mit Tränen ass
uit ‘Lieder und Gesänge aus Wilhelm Meister’, op. 98a (1849)

Epilogue

Gabriel Fauré

In paradisum
uit ‘Requiem’, op. 48 (1887-90)

He Placed Cherubim to Guard the Way to the Tree of Life

Gustav Mahler (1860-1911)

Urlicht (1892)
uit ‘Des Knaben Wunderhorn’

einde ± 22.10 uur

 

Kleine Zaal 01 april 2025 20.15 uur

Benjamin Appl bariton
James Baillieu piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 2.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Ook interessant:
- 7 grappen in de klassieke muziek
- Boekentip: het leven van Robert Schumann

FORBIDDEN FRUIT

Genesis

Anoniem

I Will Give my Love an Apple

Prologue

Gabriel Fauré (1845-1924)

In paradisum
uit ‘Requiem’, op. 48 (1887-90)

The Lord God Took the Man and Put Him in the Garden of Eden

Hugo Wolf (1860-1903)

Ganymed
uit ‘Goethe-Lieder’ (1888)

Kurt Weill (1900-1950)

Youkali (1935)

It Is Not Good for the Man to Be Alone

Francis Poulenc (1899-1963)

L’offrande
uit ‘Chansons gaillardes’ (1925-26)

Gardens of Pleasure

Reynaldo Hahn (1875-1947)

À Chloris

Richard Strauss (1864-1949)

Das Rosenband
uit ‘Vier Lieder’, op. 36 (1897)

Hugo Wolf

An die Geliebte
uit ‘Lieder nach Gedichte von Eduard Mörike’ (1888)

Adam and His Wife Were Both Naked, and They Felt No Shame

Roger Quilter (1877-1953)

Now Sleeps the Crimson Petal
uit ‘Three Songs’, op. 3 (1905)

And They Became One Flesh

Hugo Wolf

Und willst du deinen Liebsten sterben sehen
uit ‘Italienisches Liederbuch’ (1891-96)

Claude Debussy (1862-1918)

La chevelure
uit ‘Chansons de Bilitis’ (1897-98)

You’re Free to Eat from Any Tree in the Garden

Francis Poulenc

Couplets bachiques
uit ‘Chansons gaillardes’ (1925-26)

Arnold Schönberg (1874-1951)

Seit ich so viele Weiber sah
uit ‘Brettl-Lieder’ (1901)

pauze ± 21.00 uur

The Fruit of the Tree Was Pleasing to the Eye

Edvard Grieg (1843-1907)

To a Devil (1900)

Leonello Casucci (1885-1975)

Just a Gigolo (1928-29)

Now the Serpent Was More Crafty Than Any of the Wild Animals

Francis Poulenc

Le serpent
uit ‘Deux mélodies inédites du ­bestiaire’ (1918)

But of the Tree of the Knowledge of Good and Evil You Shall Not Eat

Robert Schumann (1810-1856)

Loreley
uit ‘Romanzen und Balladen III’, op. 53 (1840)

Frühlingsfahrt
uit ‘Romanzen und Balladen I’, op. 45 (1840)

You Will Be Like God, Knowing Good and Evil

Fanny Mendelssohn (1805-1847)

Die Nonne
uit ‘Zwölf Lieder’, op. 9 (1829-30)

She Took of Its Fruit and Ate

Lothar Brühne (1900-1958)

Kann denn Liebe Sünde sein (1938)

Jake Heggie (1961)

Snake
uit ‘Eve-Song’ (1996)

The Eyes of Both of Them Were Opened

Franz Schubert (1797-1828)

Heidenröslein, D 257 (1815)

Gretchen am Spinnrade, D 118 (1814)

Hanns Eisler (1898-1962)

Abortion is illegal (Ballade zum Paragraph 218)
uit ‘Balladenbuch’, op. 18 (1920)

The Serpent Tricked Me, and I Ate

Robert Schumann

Wer nie sein Brot mit Tränen ass
uit ‘Lieder und Gesänge aus Wilhelm Meister’, op. 98a (1849)

Epilogue

Gabriel Fauré

In paradisum
uit ‘Requiem’, op. 48 (1887-90)

He Placed Cherubim to Guard the Way to the Tree of Life

Gustav Mahler (1860-1911)

Urlicht (1892)
uit ‘Des Knaben Wunderhorn’

einde ± 22.10 uur

 

Toelichting

Toelichting

door Paul Janssen

Forbidden Fruit

Forbidden Fruit is een liedrecital dat zich laat lezen als een doorlopend verhaal, een filosofische overpeinzing over het menselijk streven naar alles wat ons wordt ontzegd, alles wat verboden is. Leidraad vormen momenten uit het scheppingsverhaal in het hoofdstuk Genesis in de Bijbel, met als cruciaal moment het eten van de appel, de verboden vrucht, door Eva.

Benjamin Appl schrijft zelf over zijn programma: ‘In een wereld die over het algemeen steeds liberaler wordt, waarin traditionele hiërarchieën worden verworpen en autoriteiten in opstand komen, waarin men schijnbaar bijna alles kan proberen zonder beperkingen en limieten, blijft de vraag bestaan naar de relevantie van concepten als verleiding, de zondeval, verbod, ongehoorzaamheid, goed en kwaad. Sinds het begin van de beschaving hebben we de beperkingen die ons worden opgelegd door religie, leiderschap en maatschappij in twijfel getrokken – om vervolgens die grenzen te doorbreken en opnieuw te definiëren. In de Hof van Eden schiep God Adam en Eva als individuen met een vrije wil en vrijheid. Ze kregen slechts één beperking: niet eten van de Boom der Kennis. Desondanks at Eva toch van de verboden vrucht, omdat ze dacht dat ze misschien de kans zou krijgen om te genieten van iets dat de andere bomen haar niet konden ­bieden. Vanaf dat moment is de verboden vrucht geassocieerd met verlangen. In veel culturen werd de appel gezien als een teken van gezondheid, jeugd en onsterfelijkheid en in de Griekse mythologie werd hij meer een uitdrukking van verleiding, vrouwelijkheid en intimiteit.’

Uitzicht op verlossing

Het zijn de vragen en emoties die deze rode draad oproept die de keuze van de liederen heeft bepaald. De liederen zijn gegroepeerd naar aanleiding van een regel uit het scheppingsverhaal en geven zo telkens reliëf aan die regel. De selectie varieert van volksliederen via cabaretsongs tot het Duitse Lied, de Franse mélodie en hedendaags werk. Het eerste gedeelte is gewijd aan zaken als fysiek ontwaken, verlangen, verleiding en intimiteit. Het volksliedje I Will Give my Love an Apple en een pianoversie van Fauré’s In paradisum uit zijn Requiem zetten het decor neer. Als In paradisum vlak voor het slot van het recital terugkeert, heeft deze verstilde pianosolo een andere lading: Adam en Eva zijn verstoten uit het Paradijs en zoeken verlossing. Mahlers afsluitende Urlicht uit zijn Tweede symfonie biedt hoop, uitzicht op die verlossing.

Forbidden Fruit

Forbidden Fruit is een liedrecital dat zich laat lezen als een doorlopend verhaal, een filosofische overpeinzing over het menselijk streven naar alles wat ons wordt ontzegd, alles wat verboden is. Leidraad vormen momenten uit het scheppingsverhaal in het hoofdstuk Genesis in de Bijbel, met als cruciaal moment het eten van de appel, de verboden vrucht, door Eva.

Benjamin Appl schrijft zelf over zijn programma: ‘In een wereld die over het algemeen steeds liberaler wordt, waarin traditionele hiërarchieën worden verworpen en autoriteiten in opstand komen, waarin men schijnbaar bijna alles kan proberen zonder beperkingen en limieten, blijft de vraag bestaan naar de relevantie van concepten als verleiding, de zondeval, verbod, ongehoorzaamheid, goed en kwaad. Sinds het begin van de beschaving hebben we de beperkingen die ons worden opgelegd door religie, leiderschap en maatschappij in twijfel getrokken – om vervolgens die grenzen te doorbreken en opnieuw te definiëren. In de Hof van Eden schiep God Adam en Eva als individuen met een vrije wil en vrijheid. Ze kregen slechts één beperking: niet eten van de Boom der Kennis. Desondanks at Eva toch van de verboden vrucht, omdat ze dacht dat ze misschien de kans zou krijgen om te genieten van iets dat de andere bomen haar niet konden ­bieden. Vanaf dat moment is de verboden vrucht geassocieerd met verlangen. In veel culturen werd de appel gezien als een teken van gezondheid, jeugd en onsterfelijkheid en in de Griekse mythologie werd hij meer een uitdrukking van verleiding, vrouwelijkheid en intimiteit.’

Uitzicht op verlossing

Het zijn de vragen en emoties die deze rode draad oproept die de keuze van de liederen heeft bepaald. De liederen zijn gegroepeerd naar aanleiding van een regel uit het scheppingsverhaal en geven zo telkens reliëf aan die regel. De selectie varieert van volksliederen via cabaretsongs tot het Duitse Lied, de Franse mélodie en hedendaags werk. Het eerste gedeelte is gewijd aan zaken als fysiek ontwaken, verlangen, verleiding en intimiteit. Het volksliedje I Will Give my Love an Apple en een pianoversie van Fauré’s In paradisum uit zijn Requiem zetten het decor neer. Als In paradisum vlak voor het slot van het recital terugkeert, heeft deze verstilde pianosolo een andere lading: Adam en Eva zijn verstoten uit het Paradijs en zoeken verlossing. Mahlers afsluitende Urlicht uit zijn Tweede symfonie biedt hoop, uitzicht op die verlossing.

  • Hof van Eden

    Door: Jan Brueghel en Peter Paul Rubens

    Hof van Eden

    Door: Jan Brueghel en Peter Paul Rubens

  • Hof van Eden

    Door: Jan Brueghel en Peter Paul Rubens

    Hof van Eden

    Door: Jan Brueghel en Peter Paul Rubens

De hof van Eden met de zondeval; landschap en dieren door Jan Brueghel de Oude, Adam en Eva door Peter Paul Rubens, 1615

Zonde en boete

Daartussen komen alle stadia van menszijn, verleiding, uitdagingen langs. Zo klinkt de behoefte aan liefde, samenzijn, intimiteit in onder andere A Chloris van Reynaldo Hahn, An die Geliebte van Hugo Wolf en La chevelure uit de Chansons de Bilitis van Claude Debussy. De kracht van verleiding wordt onder andere bezongen in Edvard Griegs zeldzame Engelstalige To a Devil. De gevolgen van het gehoor geven aan de verleiding klinken door in Poulencs L’offrande, Schuberts Gretchen am ­Spinnrade en de ­Ballade zum Paragra­phen 218 van Hanns Eisler. Voorafgaand aan deze liederen staat Die Nonne van Fanny Hensel-­Mendelssohn voor de vreugde van de ‘verlossing’, hier in de vorm van de dood, die mogelijk volgt op het doorbreken van de regels en het toegeven aan de verleiding. Ook de ervaring van het eten van de appel krijgt een plek in Jake Heggies Snake uit de cyclus Eve-Song. ‘Sweet, sour, salty, bitter. And the taste of a­ir, of rottenness, earth and water.’ Daaronder schemert de vraag: was het de ‘zonde’ echt waard?

Voordat de hoop op verlossing zich aandient in Mahlers Urlicht is er eerst nog de boetedoening, samengevat in Robert Schumanns Wer nie sein Brot mit Tränen ass: ‘Ihr führt ins Leben uns hinein, Ihr lasst den Armen schuldig werden, Dann überlasst ihr ihn der Pein: Denn alle Schuld rächt sich auf Erden.’

Grenzen en geluk

Zo is het recital niet alleen een dwarsdoorsnede van de diversiteit van het liedrepertoire, maar ook vooral een uitnodiging tot reflectie aan de hand van vragen die ieder voor zich kan stellen. Wat zijn onze persoonlijke verboden vruchten? Waar slaapt de slang vandaag de dag? Als ons een paradijs werd aangeboden waar geen oorlog, lijden, pijn of ziekte is, zouden we dan echt tevreden zijn? We laten nogmaals Benjamin Appl aan het woord: ‘Het verhaal van de Hof van Eden leert ons de kracht van menselijke besluitvorming: we kunnen af en toe het ‘verkeerde’ pad kiezen, ondanks dat we ons bewust zijn van de mogelijke gevolgen. We kunnen ons soms in hetzelfde interne conflict bevinden als Adam en Eva: verleid door de mogelijkheid om nieuwe levenservaringen op te doen – het eten van de ‘verboden vrucht’ – die ons iets onbekends en spannends beloven. Maar na het ­‘proeven’ zijn we vaak vreemd genoeg ontevreden en hebben we meer verlangen dan ooit om door nieuwe grenzen heen te breken. Maakt dit patroon het leven beter? Vinden we echt meer vrijheid, meer geluk?’ Kortom: Forbidden Fruit gaat over het perpetuum mobile van het menselijk bestaan, over de zoektocht naar grenzen en geluk.

 

De hof van Eden met de zondeval; landschap en dieren door Jan Brueghel de Oude, Adam en Eva door Peter Paul Rubens, 1615

Zonde en boete

Daartussen komen alle stadia van menszijn, verleiding, uitdagingen langs. Zo klinkt de behoefte aan liefde, samenzijn, intimiteit in onder andere A Chloris van Reynaldo Hahn, An die Geliebte van Hugo Wolf en La chevelure uit de Chansons de Bilitis van Claude Debussy. De kracht van verleiding wordt onder andere bezongen in Edvard Griegs zeldzame Engelstalige To a Devil. De gevolgen van het gehoor geven aan de verleiding klinken door in Poulencs L’offrande, Schuberts Gretchen am ­Spinnrade en de ­Ballade zum Paragra­phen 218 van Hanns Eisler. Voorafgaand aan deze liederen staat Die Nonne van Fanny Hensel-­Mendelssohn voor de vreugde van de ‘verlossing’, hier in de vorm van de dood, die mogelijk volgt op het doorbreken van de regels en het toegeven aan de verleiding. Ook de ervaring van het eten van de appel krijgt een plek in Jake Heggies Snake uit de cyclus Eve-Song. ‘Sweet, sour, salty, bitter. And the taste of a­ir, of rottenness, earth and water.’ Daaronder schemert de vraag: was het de ‘zonde’ echt waard?

Voordat de hoop op verlossing zich aandient in Mahlers Urlicht is er eerst nog de boetedoening, samengevat in Robert Schumanns Wer nie sein Brot mit Tränen ass: ‘Ihr führt ins Leben uns hinein, Ihr lasst den Armen schuldig werden, Dann überlasst ihr ihn der Pein: Denn alle Schuld rächt sich auf Erden.’

Grenzen en geluk

Zo is het recital niet alleen een dwarsdoorsnede van de diversiteit van het liedrepertoire, maar ook vooral een uitnodiging tot reflectie aan de hand van vragen die ieder voor zich kan stellen. Wat zijn onze persoonlijke verboden vruchten? Waar slaapt de slang vandaag de dag? Als ons een paradijs werd aangeboden waar geen oorlog, lijden, pijn of ziekte is, zouden we dan echt tevreden zijn? We laten nogmaals Benjamin Appl aan het woord: ‘Het verhaal van de Hof van Eden leert ons de kracht van menselijke besluitvorming: we kunnen af en toe het ‘verkeerde’ pad kiezen, ondanks dat we ons bewust zijn van de mogelijke gevolgen. We kunnen ons soms in hetzelfde interne conflict bevinden als Adam en Eva: verleid door de mogelijkheid om nieuwe levenservaringen op te doen – het eten van de ‘verboden vrucht’ – die ons iets onbekends en spannends beloven. Maar na het ­‘proeven’ zijn we vaak vreemd genoeg ontevreden en hebben we meer verlangen dan ooit om door nieuwe grenzen heen te breken. Maakt dit patroon het leven beter? Vinden we echt meer vrijheid, meer geluk?’ Kortom: Forbidden Fruit gaat over het perpetuum mobile van het menselijk bestaan, over de zoektocht naar grenzen en geluk.

 

door Paul Janssen

Toelichting

door Paul Janssen

Forbidden Fruit

Forbidden Fruit is een liedrecital dat zich laat lezen als een doorlopend verhaal, een filosofische overpeinzing over het menselijk streven naar alles wat ons wordt ontzegd, alles wat verboden is. Leidraad vormen momenten uit het scheppingsverhaal in het hoofdstuk Genesis in de Bijbel, met als cruciaal moment het eten van de appel, de verboden vrucht, door Eva.

Benjamin Appl schrijft zelf over zijn programma: ‘In een wereld die over het algemeen steeds liberaler wordt, waarin traditionele hiërarchieën worden verworpen en autoriteiten in opstand komen, waarin men schijnbaar bijna alles kan proberen zonder beperkingen en limieten, blijft de vraag bestaan naar de relevantie van concepten als verleiding, de zondeval, verbod, ongehoorzaamheid, goed en kwaad. Sinds het begin van de beschaving hebben we de beperkingen die ons worden opgelegd door religie, leiderschap en maatschappij in twijfel getrokken – om vervolgens die grenzen te doorbreken en opnieuw te definiëren. In de Hof van Eden schiep God Adam en Eva als individuen met een vrije wil en vrijheid. Ze kregen slechts één beperking: niet eten van de Boom der Kennis. Desondanks at Eva toch van de verboden vrucht, omdat ze dacht dat ze misschien de kans zou krijgen om te genieten van iets dat de andere bomen haar niet konden ­bieden. Vanaf dat moment is de verboden vrucht geassocieerd met verlangen. In veel culturen werd de appel gezien als een teken van gezondheid, jeugd en onsterfelijkheid en in de Griekse mythologie werd hij meer een uitdrukking van verleiding, vrouwelijkheid en intimiteit.’

Uitzicht op verlossing

Het zijn de vragen en emoties die deze rode draad oproept die de keuze van de liederen heeft bepaald. De liederen zijn gegroepeerd naar aanleiding van een regel uit het scheppingsverhaal en geven zo telkens reliëf aan die regel. De selectie varieert van volksliederen via cabaretsongs tot het Duitse Lied, de Franse mélodie en hedendaags werk. Het eerste gedeelte is gewijd aan zaken als fysiek ontwaken, verlangen, verleiding en intimiteit. Het volksliedje I Will Give my Love an Apple en een pianoversie van Fauré’s In paradisum uit zijn Requiem zetten het decor neer. Als In paradisum vlak voor het slot van het recital terugkeert, heeft deze verstilde pianosolo een andere lading: Adam en Eva zijn verstoten uit het Paradijs en zoeken verlossing. Mahlers afsluitende Urlicht uit zijn Tweede symfonie biedt hoop, uitzicht op die verlossing.

Forbidden Fruit

Forbidden Fruit is een liedrecital dat zich laat lezen als een doorlopend verhaal, een filosofische overpeinzing over het menselijk streven naar alles wat ons wordt ontzegd, alles wat verboden is. Leidraad vormen momenten uit het scheppingsverhaal in het hoofdstuk Genesis in de Bijbel, met als cruciaal moment het eten van de appel, de verboden vrucht, door Eva.

Benjamin Appl schrijft zelf over zijn programma: ‘In een wereld die over het algemeen steeds liberaler wordt, waarin traditionele hiërarchieën worden verworpen en autoriteiten in opstand komen, waarin men schijnbaar bijna alles kan proberen zonder beperkingen en limieten, blijft de vraag bestaan naar de relevantie van concepten als verleiding, de zondeval, verbod, ongehoorzaamheid, goed en kwaad. Sinds het begin van de beschaving hebben we de beperkingen die ons worden opgelegd door religie, leiderschap en maatschappij in twijfel getrokken – om vervolgens die grenzen te doorbreken en opnieuw te definiëren. In de Hof van Eden schiep God Adam en Eva als individuen met een vrije wil en vrijheid. Ze kregen slechts één beperking: niet eten van de Boom der Kennis. Desondanks at Eva toch van de verboden vrucht, omdat ze dacht dat ze misschien de kans zou krijgen om te genieten van iets dat de andere bomen haar niet konden ­bieden. Vanaf dat moment is de verboden vrucht geassocieerd met verlangen. In veel culturen werd de appel gezien als een teken van gezondheid, jeugd en onsterfelijkheid en in de Griekse mythologie werd hij meer een uitdrukking van verleiding, vrouwelijkheid en intimiteit.’

Uitzicht op verlossing

Het zijn de vragen en emoties die deze rode draad oproept die de keuze van de liederen heeft bepaald. De liederen zijn gegroepeerd naar aanleiding van een regel uit het scheppingsverhaal en geven zo telkens reliëf aan die regel. De selectie varieert van volksliederen via cabaretsongs tot het Duitse Lied, de Franse mélodie en hedendaags werk. Het eerste gedeelte is gewijd aan zaken als fysiek ontwaken, verlangen, verleiding en intimiteit. Het volksliedje I Will Give my Love an Apple en een pianoversie van Fauré’s In paradisum uit zijn Requiem zetten het decor neer. Als In paradisum vlak voor het slot van het recital terugkeert, heeft deze verstilde pianosolo een andere lading: Adam en Eva zijn verstoten uit het Paradijs en zoeken verlossing. Mahlers afsluitende Urlicht uit zijn Tweede symfonie biedt hoop, uitzicht op die verlossing.

  • Hof van Eden

    Door: Jan Brueghel en Peter Paul Rubens

    Hof van Eden

    Door: Jan Brueghel en Peter Paul Rubens

  • Hof van Eden

    Door: Jan Brueghel en Peter Paul Rubens

    Hof van Eden

    Door: Jan Brueghel en Peter Paul Rubens

De hof van Eden met de zondeval; landschap en dieren door Jan Brueghel de Oude, Adam en Eva door Peter Paul Rubens, 1615

Zonde en boete

Daartussen komen alle stadia van menszijn, verleiding, uitdagingen langs. Zo klinkt de behoefte aan liefde, samenzijn, intimiteit in onder andere A Chloris van Reynaldo Hahn, An die Geliebte van Hugo Wolf en La chevelure uit de Chansons de Bilitis van Claude Debussy. De kracht van verleiding wordt onder andere bezongen in Edvard Griegs zeldzame Engelstalige To a Devil. De gevolgen van het gehoor geven aan de verleiding klinken door in Poulencs L’offrande, Schuberts Gretchen am ­Spinnrade en de ­Ballade zum Paragra­phen 218 van Hanns Eisler. Voorafgaand aan deze liederen staat Die Nonne van Fanny Hensel-­Mendelssohn voor de vreugde van de ‘verlossing’, hier in de vorm van de dood, die mogelijk volgt op het doorbreken van de regels en het toegeven aan de verleiding. Ook de ervaring van het eten van de appel krijgt een plek in Jake Heggies Snake uit de cyclus Eve-Song. ‘Sweet, sour, salty, bitter. And the taste of a­ir, of rottenness, earth and water.’ Daaronder schemert de vraag: was het de ‘zonde’ echt waard?

Voordat de hoop op verlossing zich aandient in Mahlers Urlicht is er eerst nog de boetedoening, samengevat in Robert Schumanns Wer nie sein Brot mit Tränen ass: ‘Ihr führt ins Leben uns hinein, Ihr lasst den Armen schuldig werden, Dann überlasst ihr ihn der Pein: Denn alle Schuld rächt sich auf Erden.’

Grenzen en geluk

Zo is het recital niet alleen een dwarsdoorsnede van de diversiteit van het liedrepertoire, maar ook vooral een uitnodiging tot reflectie aan de hand van vragen die ieder voor zich kan stellen. Wat zijn onze persoonlijke verboden vruchten? Waar slaapt de slang vandaag de dag? Als ons een paradijs werd aangeboden waar geen oorlog, lijden, pijn of ziekte is, zouden we dan echt tevreden zijn? We laten nogmaals Benjamin Appl aan het woord: ‘Het verhaal van de Hof van Eden leert ons de kracht van menselijke besluitvorming: we kunnen af en toe het ‘verkeerde’ pad kiezen, ondanks dat we ons bewust zijn van de mogelijke gevolgen. We kunnen ons soms in hetzelfde interne conflict bevinden als Adam en Eva: verleid door de mogelijkheid om nieuwe levenservaringen op te doen – het eten van de ‘verboden vrucht’ – die ons iets onbekends en spannends beloven. Maar na het ­‘proeven’ zijn we vaak vreemd genoeg ontevreden en hebben we meer verlangen dan ooit om door nieuwe grenzen heen te breken. Maakt dit patroon het leven beter? Vinden we echt meer vrijheid, meer geluk?’ Kortom: Forbidden Fruit gaat over het perpetuum mobile van het menselijk bestaan, over de zoektocht naar grenzen en geluk.

 

De hof van Eden met de zondeval; landschap en dieren door Jan Brueghel de Oude, Adam en Eva door Peter Paul Rubens, 1615

Zonde en boete

Daartussen komen alle stadia van menszijn, verleiding, uitdagingen langs. Zo klinkt de behoefte aan liefde, samenzijn, intimiteit in onder andere A Chloris van Reynaldo Hahn, An die Geliebte van Hugo Wolf en La chevelure uit de Chansons de Bilitis van Claude Debussy. De kracht van verleiding wordt onder andere bezongen in Edvard Griegs zeldzame Engelstalige To a Devil. De gevolgen van het gehoor geven aan de verleiding klinken door in Poulencs L’offrande, Schuberts Gretchen am ­Spinnrade en de ­Ballade zum Paragra­phen 218 van Hanns Eisler. Voorafgaand aan deze liederen staat Die Nonne van Fanny Hensel-­Mendelssohn voor de vreugde van de ‘verlossing’, hier in de vorm van de dood, die mogelijk volgt op het doorbreken van de regels en het toegeven aan de verleiding. Ook de ervaring van het eten van de appel krijgt een plek in Jake Heggies Snake uit de cyclus Eve-Song. ‘Sweet, sour, salty, bitter. And the taste of a­ir, of rottenness, earth and water.’ Daaronder schemert de vraag: was het de ‘zonde’ echt waard?

Voordat de hoop op verlossing zich aandient in Mahlers Urlicht is er eerst nog de boetedoening, samengevat in Robert Schumanns Wer nie sein Brot mit Tränen ass: ‘Ihr führt ins Leben uns hinein, Ihr lasst den Armen schuldig werden, Dann überlasst ihr ihn der Pein: Denn alle Schuld rächt sich auf Erden.’

Grenzen en geluk

Zo is het recital niet alleen een dwarsdoorsnede van de diversiteit van het liedrepertoire, maar ook vooral een uitnodiging tot reflectie aan de hand van vragen die ieder voor zich kan stellen. Wat zijn onze persoonlijke verboden vruchten? Waar slaapt de slang vandaag de dag? Als ons een paradijs werd aangeboden waar geen oorlog, lijden, pijn of ziekte is, zouden we dan echt tevreden zijn? We laten nogmaals Benjamin Appl aan het woord: ‘Het verhaal van de Hof van Eden leert ons de kracht van menselijke besluitvorming: we kunnen af en toe het ‘verkeerde’ pad kiezen, ondanks dat we ons bewust zijn van de mogelijke gevolgen. We kunnen ons soms in hetzelfde interne conflict bevinden als Adam en Eva: verleid door de mogelijkheid om nieuwe levenservaringen op te doen – het eten van de ‘verboden vrucht’ – die ons iets onbekends en spannends beloven. Maar na het ­‘proeven’ zijn we vaak vreemd genoeg ontevreden en hebben we meer verlangen dan ooit om door nieuwe grenzen heen te breken. Maakt dit patroon het leven beter? Vinden we echt meer vrijheid, meer geluk?’ Kortom: Forbidden Fruit gaat over het perpetuum mobile van het menselijk bestaan, over de zoektocht naar grenzen en geluk.

 

door Paul Janssen

Biografie

Benjamin Appl, bariton

Benjamin Appl begon al jong in de Regensburger Domspatzen, en afgelopen jaar bracht hij met dat jongenskoor een kerstalbum uit. Hij studeerde aan de Hochschule für ­Musik und Theater München en de Guildhall School of Music and Drama in Londen, en onder zijn mentoren was Dietrich Fischer-­Dieskau.

De Duitse bariton trok de aandacht als BBC New Generation Artist (inclusief Proms-debuut in 2015), Wigmore Hall Emerging Artist en Young Artist of the Year van Gramophone.

Als ECHO Rising Star tourde hij in 2015/2016 bovendien door Europa en op 25 mei 2016 debuteerde hij – met pianist James ­Baillieu – in de Kleine Zaal. Op Oudjaarsdag 2017 keerde het duo terug, met Schuberts Die schöne Müllerin in Het Zondagochtend Concert. Van ­Schuberts Winterreise namen de BBC en het Zwitserse SRF in de Alpen een film op met de zanger. Bij het Concertgebouworkest maakte Benjamin Appl in november 2022 zijn debuut in Mozarts Requiem onder leiding van Klaus Mäkelä. De lied- en concertzanger doet ook in de opera van zich gelden: zo staat hij dit seizoen als Papageno in Mozarts Die Zauberflöte in de Hamburger Staatsoper.

Bovendien maakte hij afgelopen januari zijn debuut als dirigent, in Händels ­Messiah bij de Royal Liverpool Philharmonic. Andere hoogtepunten dit seizoen zijn engagementen bij de Oslo Philharmonic met Klaus Mäkelä en bij Le Concert Spirituel met Hervé Niquet. Met pianist James Baillieu bracht Benjamin Appl drie albums uit: Heimat (2017), Winterreise (2021) en Forbidden Fruit (2023).

James Baillieu, piano

De Zuid-Afrikaanse James Baillieu studeerde aan de University of Cape Town en aan de Royal Academy of Music in Londen. Prijzen won hij op de Wigmore Hall Song Competition, het Kathleen Ferrier Concours en het Richard Tauber Concours, en in 2012 kreeg hij zowel een Borletti-Buitoni Trust Fellowship als een Geoffrey Parsons Memorial Trust Award.

Dit seizoen is de pianist artist in residence van Wigmore Hall in Londen.

Als kamermusicus en liedbegeleider werkt James Baillieu met het Elias en het Heath Quartet, met violiste Tamsin Waley-Cohen, met altviolist Timothy Ridout en met zangers als Jamie Barton, Ian Bostridge, Lise Davidsen, Véronique Gens, Kiri Te Kanawa en Pretty Yende. Voor de festivals van Brighton, Bath en Verbier, voor BBC Radio 3 en voor de Perth Concert Hall cureerde hij diverse series.

James Baillieu is coach bij het Britten Pears Young Artist Programme en het jongtalentprogramma van het Royal Opera House, geeft les aan de Royal Academy of Music en het Royal Northern College of Music en verzorgde masterclasses op het Aldeburgh Festival, het Cleveland Institute of Music, de ­Vancouver Academy of Music en de University of Waikato (Nieuw-Zeeland).

In de Kleine Zaal speelde hij eerder met Benjamin Appl (2016 en 2017), met trombonist Peter Moore (2018), met tenor Allan Clayton (2019), meermaals met saxofoniste Jess Gillam en de laatste keer, op 14 februari jongstleden, als lid van het YCAT-Collective.